Huurrecht

Huurrecht – vastgoedrecht advocaat Eindhoven

“Huur” is de overeenkomst waarbij de verhuurder een zaak (of een gedeelte daarvan) in gebruik verstrekt en de huurder daarvoor een tegenprestatie verschuldigd is, meestal een geldsom (artikel 7:201 BW).

Het huurrecht kent verschillende regimes en een uitgebreide wettelijke bescherming, afhankelijk van het type gehuurde. Een juiste kwalificatie van het huurregime is daarom vaak doorslaggevend voor uw rechtspositie.


Staat van het gehuurde en gebreken

De verhuurder moet het gehuurde ter beschikking stellen in de overeengekomen staat. Het huurrecht bevat een uitgebreide gebrekenregeling. Van een gebrek is sprake wanneer het gehuurde de huurder niet het genot kan verschaffen dat hij bij aanvang mocht verwachten.

Als er sprake is van een gebrek, kan de huurder – afhankelijk van de omstandigheden en de afspraken – herstel verlangen. In sommige gevallen kan (voor zover niet uitgesloten) ook aanspraak bestaan op huurprijsvermindering of schadevergoeding. Let op: bepaalde “kleine herstellingen” komen voor rekening van de huurder. Is het gebrek zo ernstig dat het gebruik van het gehuurde feitelijk onmogelijk is, dan kan ontbinding van de huurovereenkomst aan de orde zijn.


Drie huurregimes voor onroerende zaken

De wet maakt voor onroerende zaken grofweg onderscheid tussen drie huurregimes:

1) Woonruimte (artikel 7:233 BW)

Bij woonruimte is de contractsvrijheid het meest beperkt door (semi-)dwingend recht ter bescherming van de huurder. De aanvangshuurprijs kan onder voorwaarden worden getoetst door de Huurcommissie. Huurverhogingen zijn mogelijk, maar zijn aan wettelijke voorwaarden gebonden. Ook bestaan er regels over medehuurderschap, voortzetting van de huur en bescherming van huisgenoten.

2) Middenstandsbedrijfsruimte / winkelruimte (artikel 7:290 BW)

Dit regime geldt voor publiek toegankelijke bedrijfsruimte, zoals winkels, horeca en bepaalde ambachtsbedrijven. Het is in beginsel (semi-)dwingend recht. Uitgangspunt is een looptijd die veelal neerkomt op 5 + 5 jaar. Beëindiging en opzegging zijn strikt gereguleerd: opzegging moet tijdig en op de juiste wijze gebeuren, met vermelding van de beëindigingsgrond(en). Bij wanprestatie is ontbinding doorgaans alleen via de rechter mogelijk.

3) Overige bedrijfsruimte (artikel 7:230a BW)

Dit betreft bedrijfsruimte die niet onder woonruimte of 290-bedrijfsruimte valt, zoals kantoorruimte, opslag, fabriek, school of zorgvastgoed. Hier is de contractsvrijheid groter: partijen kunnen veel zelf regelen over duur, opzegging en voorwaarden. Wel geldt bij opzegging door de verhuurder vaak het belang van ontruimingsbescherming: de huurder kan onder voorwaarden verlenging van de ontruimingstermijn vragen.


Opstellen en beoordelen van huurovereenkomsten (ROZ-modellen)

In de praktijk wordt vaak gewerkt met ROZ-modellen en ROZ-algemene bepalingen. Deze zijn een goed vertrekpunt, maar bevatten regelmatig verhuurdersvriendelijke uitgangspunten. Het is daarom vaak verstandig om maatwerkafspraken op te nemen, bijvoorbeeld over:

  • (tussentijdse) opzegging en beëindiging;
  • huurprijs(herziening) en indexering;
  • zekerheden (waarborgsom of bankgarantie);
  • gebreken, onderhoud en herstelverdeling;
  • aansprakelijkheid en verzekeringen.

Advies over huurrecht in Eindhoven?

Today Advocaten adviseert en procedeert voor huurders en verhuurders over woonruimte, 290-bedrijfsruimte en 230a-bedrijfsruimte.
Neem vrijblijvend contact op met Today Advocaten in Eindhoven voor advies en juridische bijstand in huurrecht.

Stop waiting for tomorrow…
contact Today!

Kom in contact